Terug in Kaapstad
Een taxirit, een vlucht en nog een taxirit, en een schamele sloppenwijk is ineens een exorbitante villa geworden. Geen schokkende observatie, wel een vreemde gewaarwording.
Gisteren hebben Servaas en ik de laatste hand gelegd aan een kleine reportage in township Katatura, samen met een donkere kennis van Servaas, wat wel hielp. Het was hard werken en meestal ging het goed, alleen bij een soort busstation kwamen boze mannen op mij af die geld wilden zien. Ergens wel te begrijpen. Net als in Soweto worden ook hier township-tours georganiseerd, waarbij blanke toeristen vanachter veilige autoraampjes foto's maken. Ikzelf zou dat geloof ik ook niet op prijs stellen. Betalen deden we trouwens niet, we stapten in en reden verder.
Servaas legde de gemarineerde kip op de braai, terwijl Taffy met een verrekijker de bewegingen van een paar kanovaarders op het meer voor hun hut gadesloeg. Die hut staat op het terrein van Penduka, de NGO waarvoor Taffy werkt. Ze vangen er mensen op en leren die op eigen benen te staan, meestal vrouwen met een voorgeschiedenis die zowel intereressant als huiveringwekkend is. Die avond zou een groepje Penduka-vrouwen een traditionele dans opvoeren voor een gezelschap georganiseerde toeristen. Die konden daar dan voorafgaand aan hun maaltijd van genieten. De toeristen waren allemaal bejaarde Duitsers die stuurs voor zich uit zaten te kijken. De enigen die echt genoten, waren de dansers zelf.
Die eerste taxirit maakte ik vanochtend vroeg. De chauffeur wiens naam ik vergeten ben, Mozes die op de achterbank zat en ik praatten zo nu en dan. We hadden alle tijd, want het vliegveld van Windhoek ligt op veertig kilometer afstand van Windhoek. Zo bezien heeft Leiden met gemak ook een eigen vliegveld.
We komen uit het noorden, vertelde Mozes, gelukkig vonden we werk als chauffeur, dat is altijd beter dan gaan stelen. Ik vroeg of ze nog nijdig waren op Zuid-Afrika vanwege de bezetting van hun land, die apartheid, townships en allerlei andere ellende met zich had meegebracht. We zijn het niet vergeten, maar... antwoordde de chauffer, die veel van die rottigheid had meegemaakt. Jullie hebben ze het ze vergeven, opperde ik, een makkelijke wending natuurlijk. Ja, we hebben het ze vergeven, zei Mozes stralend op de achterbank.


0 Comments:
Post a Comment
<< Home