Zuid-Afrika

Tuesday, April 17, 2007

Gavin Pieterse

Mijn broer schoof daarnet aan voor een zakelijk belangrijk diner met een viertal mensen. De te leren kennen en te charmeren man heette Gavin Pieterse. Ik mocht mee en had me ermee verzoend bijna letterlijk het vijfde wiel aan de wagen te zijn. Gavin arriveerde, een innemende en energieke donkere man. Hij bestelde wijn en begon daar een half uur over te praten. Met verstand van zaken, dat wel, maar niet echt boeiend. We zaten in het bekende restaurant Beluga in Kaapstad, binnen, maar Gavin zat bij nader inzien liever buiten. Het gezelschap verhuisde.

Toen we ons opnieuw hadden tafelgeschikt, had de bediening weinig meer te doen dan zo nu en dan de wijn bij te schenken, want Gavin was op dreef gekomen. Hij vervolgde zijn monoloog op een indrukwekkende manier.

"Slavernij en apartheid hebben ons eeuwen teruggezet. Als je moet overleven, doe je alles om je baas te plezieren. En dat draag je over op je kinderen, generatie na generatie." Hij vertelde over zijn vader, die bij de landwetten van 1960 bijna al zijn land was kwijtgeraakt, vrijwel zonder compensatie. Een trotse man die daardoor gaandeweg aan de drank was geraakt, maar die wanneer hij nuchter was zijn zoon Gavin nog steeds van de nodige mentale oppeppers wist te voorzien. In 1976, het jaar van de opstanden in Soweto, begreep Gavin dat macht belangrijker was dan recht. Hij voerde een protestdemonstratie aan en werd gearresteerd en gemarteld. Frustratie en wraaklust waren het gevolg, totdat nota bene een Afrikaner hem vertelde dat dat destructieve gevoelens waren. Daarna had hij een knop omgezet, was succesvol geworden en daarom zat hij hier nu, bij ons.

We luisterden ademloos, maar ik moest bijna weg. Petra had dat eerder in de gaten dan ik en bestelde eindelijk iets te eten, een snelle hap voor mij, sushi. De taxi arriveerde, ik nam hartelijk afscheid van iedereen en vetrok.

Nu zit ik ingecheckt en wel in de business lounge van de luchthaven dit verhaal te typen. De drank is hier gratis, dus zo kom ik nooit van m'n laatste randen af.

Monday, April 16, 2007

Terug in Kaapstad

Een taxirit, een vlucht en nog een taxirit, en een schamele sloppenwijk is ineens een exorbitante villa geworden. Geen schokkende observatie, wel een vreemde gewaarwording.

Gisteren hebben Servaas en ik de laatste hand gelegd aan een kleine reportage in township Katatura, samen met een donkere kennis van Servaas, wat wel hielp. Het was hard werken en meestal ging het goed, alleen bij een soort busstation kwamen boze mannen op mij af die geld wilden zien. Ergens wel te begrijpen. Net als in Soweto worden ook hier township-tours georganiseerd, waarbij blanke toeristen vanachter veilige autoraampjes foto's maken. Ikzelf zou dat geloof ik ook niet op prijs stellen. Betalen deden we trouwens niet, we stapten in en reden verder.

Servaas legde de gemarineerde kip op de braai, terwijl Taffy met een verrekijker de bewegingen van een paar kanovaarders op het meer voor hun hut gadesloeg. Die hut staat op het terrein van Penduka, de NGO waarvoor Taffy werkt. Ze vangen er mensen op en leren die op eigen benen te staan, meestal vrouwen met een voorgeschiedenis die zowel intereressant als huiveringwekkend is. Die avond zou een groepje Penduka-vrouwen een traditionele dans opvoeren voor een gezelschap georganiseerde toeristen. Die konden daar dan voorafgaand aan hun maaltijd van genieten. De toeristen waren allemaal bejaarde Duitsers die stuurs voor zich uit zaten te kijken. De enigen die echt genoten, waren de dansers zelf.

Die eerste taxirit maakte ik vanochtend vroeg. De chauffeur wiens naam ik vergeten ben, Mozes die op de achterbank zat en ik praatten zo nu en dan. We hadden alle tijd, want het vliegveld van Windhoek ligt op veertig kilometer afstand van Windhoek. Zo bezien heeft Leiden met gemak ook een eigen vliegveld.

We komen uit het noorden, vertelde Mozes, gelukkig vonden we werk als chauffeur, dat is altijd beter dan gaan stelen. Ik vroeg of ze nog nijdig waren op Zuid-Afrika vanwege de bezetting van hun land, die apartheid, townships en allerlei andere ellende met zich had meegebracht. We zijn het niet vergeten, maar... antwoordde de chauffer, die veel van die rottigheid had meegemaakt. Jullie hebben ze het ze vergeven, opperde ik, een makkelijke wending natuurlijk. Ja, we hebben het ze vergeven, zei Mozes stralend op de achterbank.

Sunday, April 15, 2007

Windhoek

Geen groter verschil dan tussen het welvarende en groene Franschhoek en de stoffige townships van Windhoek, de hoofdstad van Namibië. Servaas en ik zitten samen met Lucas in de auto op zoek naar bizarre namen van shebeens, dat zijn bouwvallige schuurtjes waar je wat kunt drinken. Lucas is rapper en werkt voor The Big Issue, het magazine waarvan Servaas hoofdredacteur is. We zijn op zoek geweest naar de "Never mind your wife bar", maar die konden we niet vinden. Soms stappen we uit en gaan naar binnen. Harde muziek, onderzoekende blikken. Tussen de barkeepster en haar mannelijk publiek is ter bescherming een hele rij tralies opgetrokken, ze staat letterlijk achter de bars.

Op een kruispunt waar we even moeten stoppen, staan twee meisjes. Die met het blikje bier in de hand wenkt me. "She loves you, Jan", grinnikt Servaas.

Friday, April 13, 2007

Franschhoek

Er zijn hier niet alleen Hollanders en Engelsen neergestreken, ook veel Fransen. Met name Franse protestanten, Hugenoten, die na 1688 in hun eigen land weer volop in brand werden gestoken door de papen. Die Hugenoten hebben zich veelal gevestigd in Oliphantshoek, wat tegenwoordig Franschhoek heet. Daar was ik vandaag.

Franschhoek is een dorpje met prachtig ontworpen witte huisjes. Het heeft een kosmopolitische uitstraling en ligt in een vallei die zo mooi is dat ik me niet aan een beschrijving ga wagen. Op de begraafplaats liggen veel dooie mensen met Franse achternamen en uitsluitend Afrikaanse opschriften op hun steen. Waarom geen Frans, desnoods iets Cajun-achtigs zoals in Louisiana?

Het antwoord krijg ik in een heerlijk kind-onvriendelijk museumpje vlakbij. Fransen en Hollanders hebben de hele tijd oorlog, dachten ze hier. En we willen die Fransen geen aanleiding geven om ons aan te vallen, zogenaamd om de Fransen hier te beschermen. Dus moeten we zorgen dat er hier geen Fransen zijn. De gevluchte Hugenoten waren welkom, maar ze mochten niet bijelkaar gaan wonen en hun kinderen moesten Afrikaans leren. En zo is het ook gebeurd.

Zojuist sprak ik Servaas. Die ga ik morgen zien in Windhoek.

Thursday, April 12, 2007

Dagje niks

Mijn broer moet vliegen, dus of ik de werkster maar wil instrueren. Dat doe ik naar beste kunnen en vervolgens ga ik boodschappen doen. Terugwandelend van het winkelcentrum zie ik voor het eerst echt goed dat elke villa een vesting is. En er zijn hier alleen maar villa's. De beveiligingsmaatschappij die goeie zaken doet, heet Armed Response. Hekken onder stroom, honden. Zo erg is het in Villa Catharina gelukkig niet.

Thuisgekomen maak ik een lekkere lunch voor Rosa klaar. Aan het eind van haar werkdag, om half vier, betaal ik haar het equivalent van dertien euro. Dat is hier normaal.

Straks ga ik koken. Het grote avontuur laat kennelijk nog even op zich wachten. Maar mij hoor je niet mopperen.

Wednesday, April 11, 2007

Wijn en sushi

Het Zuidelijk Halfrond ontregelt op een heel andere manier dan een jetlag. Het is hier herfst, doorgaans mijn favoriete seizoen maar niet als thuis de lente net is begonnen. De zon gaat hier de andere kant op: hij bereikt het westen via het noorden, zodat je alle oriëntatie verliest. De hap uit de maan zit precies aan de andere kant dan in Europa. Logischerwijs rijden ze hier dus ook links. Nou ja, het went natuurlijk wel. Als je een bril hebt die het beeld ondersteboven projecteert, corrigeren je hersens dat binnen een paar dagen.

Constantia is niet bepaald een township. Het ligt net naast Cape Town, met de Tafelberg er tussenin en is beroemd om zijn wijnhuizen. Daar kun je wijn proeven & kopen, je kunt er lunchen & dineren, de gastvrouwen zijn vriendelijk en blij omdat de oogst weer binnen is. Alles straalt kwaliteit en vakmanschap uit zonder protserigheid en poeha. De wijn zelf mag er trouwens zijn. Hopelijk gaat dat straks goed bij de douane.

Kaap de Goede Hoop is een krachtig symbool. Ik was er vandaag. Het was nog een flink eind rijden door ruige natuur. Ik was onder de indruk.

Later vanmiddag sushi gegeten in Kaapstad. Mijn broer en ik hebben eerst een stuk door de stad gelopen. De meeste mensen zijn zwart. De blanken hier kijken meer neer op negers dan ze dat in Amerika of West Europa doen. Die animositeit is ten dele wederzijds. De huidskleur van mensen is hier belangrijker dan je zou willen. Negers worden hier officieel behoorlijk voorgetrokken, wat kwaad bloed bij de blanken zet. Als ergens een nieuw township wordt gebouwd, stijgen de misdaadcijfers en uitkeringen met sprongen, vertelt men mij. En dalen de huizenprijzen in de omgeving navenant. Toch zie ik hier alleen maar zwarten die aan het werk zijn, mij daarbij vriendelijk grijnzend aankijken en niet aan mijn spullen zitten.


Gewoon een paar weinig gearticuleerde antropologische waarnemingen van iemand die hier voor het eerst is, moet je maar denken. Maar eer dit een harmonieuze samenleving is, is de zeespiegel flink gestegen, dat weet ik wel zeker.

Saturday, April 07, 2007

Reis

Het huis van mijn broer is de droom van elke perfectionst. Het staat in Constantia, een luxe voorstad van Kaapstad, en ik heb er een kamer waarin ik inmiddels een nacht heb doorgebracht in een diepe, droomloze slaap.

Luxueus was ook de reis hierheen. Business class KLM vliegen was voor mij een buitenkans waarvan ik elf uur lang heb genoten. Hoewel je ook daar rangen en standen hebt. Toen de stewardess erachter kwam dat de belangstelling voor de garnalenhoofdschotel groter was dan het aanbod, had ze ook heel snel in de gaten dat ik niet de volle mep had betaald. En of ik om die reden wilde afzien van die garnalen en iets anders wilde bestellen. "U reist business class op punten, begrijp ik?" Jammer van het verkapte dreigement, vooral omdat het overbodig was.

Blank, zwart of kleurling, christen, jood of islamiet, hier geboren of geïmmigreerd, rijk of arm: het is een delicaat en soms grimmig mengsel.

BMW betekent hier 'black men's wheels', hoorde ik gisteravond. Later meer antropologische wist-u-datjes. Ik ga m'n ogen uitkijken.

Mijn broer wil hier ook gaan wonen. Ik heb alleen nog maar zijn huis gezien en vanaf zijn balkon de Tafelberg, maar ik begrijp het nu al. Hollanders hadden zich in de zeventiende eeuw overal ter wereld kunnen vestigen maar ze hebben het alleen hier gedaan. Ongetwijfeld met goeie redenen.